Bij peuters is het de kunst om spelenderwijs die dingen over te dragen die we ze graag willen leren.

Peuters kunnen motorisch onhandig of houterig zijn of een slecht evenwicht hebben en angstig zijn om te bewegen. Dit kan problemen geven met vaardigheden zoals lopen, rennen, traplopen, fietsen, knutselen, tekenen en kleuren.

 

  • Onhandigheid, veel struikelen/vallen
  • Voorzichtig en terughoudend met bewegen en zich moeilijk laat uitlokken
  • Trage motorische ontwikkeling
  • Moeite met vaardigheden van het dagelijks leven zoals aan- en uitkleden, zelfstandig eten
  • Gespannen of te actieve peuter
  • Slappe of te rustige peuter
  • Opvallende motoriek: tenenloper, sterk naar binnen lopen met de voeten
  • Pijn bij bewegen
  • Verschil in bewegen tussen linker en rechter lichaamshelft
  • Verschil in bewegen tussen bovenste en onderste lichaamshelft
  • Geen duidelijke ontwikkeling voor een handvoorkeur bij bijvoorbeeld tekenen.
  • Achterstand in de verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling o.a. Syndroom van Down
  • Sensorische verwerkingsproblemen
  • Hypermobiliteit
  • Kinderen met een handicap (hersenbeschadiging, spina bifida, plexus laesie, spierziekte en syndromen, hart-en longafwijkingen)
  • Ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
  • Poep en plas problemen